Toezicht op rookmelders bij gastouders

In hoeverre betrek je rookmelders in het toezicht op de veiligheid bij gastouderopvang?

De voorwaarde uit de regelgeving voor gastouderopvang dat in de voorziening voor gastouderopvang voldoende en goed functionerende rookmelders aanwezig moeten zijn, is per 1 januari 2026 vervallen. Deze voorwaarde wordt daarom niet langer afzonderlijk getoetst.

Dit hangt samen met het feit dat voor rookmelders een algemene wettelijke verplichting geldt voor alle woningen. In het Besluit bouwwerken leefomgeving is vastgelegd dat woningen moeten zijn voorzien van voldoende en goed functionerende rookmelders. Deze verplichting geldt voor zowel woningen die vóór als na 2003 zijn gebouwd.

De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan deze eis ligt bij de woningeigenaar. Het toezicht op de naleving van deze verplichting is belegd bij de gemeente, doorgaans uitgevoerd door Bouw- en Woningtoezicht. 
De toezichthouder beoordeelt rookmelders daarom niet meer als afzonderlijke voorwaarde, maar betrekt brandveiligheid wel binnen het bredere kader van veiligheid en gezondheid.

Wat toets je tijdens een inspectie?
Binnen domein Veiligheid en gezondheid beoordeelt de toezichthouder of de veiligheid van de voorziening voldoende is geborgd op basis van de geïnventariseerde risico’s en het bijbehorende plan van aanpak. Tijdens de inspectie beoordeelt de toezichthouder:

  • of de gastouder het risico-inventarisatiedocument in acht neemt;
  • of de gastouder zorgdraagt voor het nemen en borgen van de afgesproken maatregelen die in het plan van aanpak staan.

Het in kaart brengen van risico’s op verbranding en (rook)vergiftiging maakt hier onderdeel van uit. Vroegtijdige alarmering bij rook of brand is van belang om deze risico’s te beperken. Het aanwezig zijn van voldoende en goed functionerende rookmelders kan een maatregel zijn die is opgenomen in het plan van aanpak.

Of het risico-inventarisatiedocument en de maatregelen in het plan van aanpak zijn toegespitst op het opvangadres, is een eis toegewezen aan de houder van het gastouderbureau. Meer informatie hierover in de Richtlijn toezicht op veiligheid en gezondheid in de gastouderopvang.  

In dialoog met de gastouder
Het borgen van veiligheid ten aanzien van de risico’s op verbranding en rookvergiftiging is gedurende de opvang de verantwoordelijkheid van de gastouder. Brandveiligheid van personen moet onderdeel zijn van ‘veiligheids-denken’ van de gastouder.

In de dialoog met de gastouder kan de toezichthouder onder andere ingaan op:

  • de risico’s op verbranding en (rook)vergiftiging die zijn geïnventariseerd en de maatregelen die zijn opgenomen in het risico-inventarisatiedocument en het plan van aanpak, en in hoeverre deze zijn toegespitst op het opvangadres;
  • de wijze waarop de gastouder is geïnformeerd en begeleid door het gastouderbureau bij het herkennen en beperken van deze risico’s, waaronder het gebruik en de plaatsing van rookmelders;
  • de aanwezigheid en praktische toepasbaarheid van een vluchtplan.

Verwijzing naar wet- en regelgeving:
Besluit Kwaliteit kinderopvang:
Artikel 21 lid 2
Artikel 21 lid 3 onder a
Artikel 21 lid 5

Regeling Wet kinderopvang:
Artikel 10d lid 1 onder a