Hoe beoordeel ik het pedagogisch beleidsplan en het veiligheids-en gezondheidsbeleid (of risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid bij gastouderbureaus) bij een onderzoek voor registratie?
De houder van een kindercentrum moet de beleidsplannen en in geval van een gastouderbureau de risico-inventarisatie meezenden bij de aanvraag tot exploitatie (Zie hiervoor ook de handleiding 'Streng aan de Poort').
In het pedagogisch beleidsplan moet de houder van een kindercentrum in ieder geval de onderdelen vermelden die zijn genoemd in de artikelen 3 en 12 van het Besluit kwaliteit kinderopvang. De houder van een gastouderbureau moet in ieder geval de onderdelen vermelden die zijn genoemd in artikel 20 van het Besluit kwaliteit kinderopvang en artikel 10d van de Regeling Wet kinderopvang. Voor gastouderopvang moeten in het pedagogisch werkplan in ieder geval de onderdelen worden opgenomen die zijn genoemd in artikel 26 van het Besluit kwaliteit kinderopvang en artikel 10d van de Regeling kwaliteit kinderopvang.
Wanneer het pedagogisch beleid, het veiligheids-of gezondheidsbeleid of de risico-inventarisatie niet voldoet, kan dat consequenties hebben voor de inhoud van het advies aan de gemeente. De gemeente is vervolgens verantwoordelijk voor wat er met dat advies gebeurt: de voorziening al dan niet opnemen in het LRK.
Of het veiligheids- en gezondheidsbeleid of de risico inventarisatie bij registratie voldoet, is maatwerk en hangt af van de zaken die de houder al kan inschatten. Het gaat erom dat de houder laat zien dat hij zich bewust is van de mogelijke risico’s en waar mogelijk al actie onderneemt om risico’s uit te sluiten dan wel tot een minimum te beperken.
De toezichthouder hoeft bij het onderzoek voor registratie geen zaken mee te nemen die op dat moment nog niet getoetst kunnen worden. Dit betekent dat je de pedagogisch praktijk niet kunt toetsen bij een aanvraag voor registratie.
Verwijzing wet- en regelgeving:
Wet kinderopvang; artikel 1.50
Besluit kwaliteit kinderopvang; artikelen 3 en 4 KDV, 12 en 13 BSO, 20 en 21 GOB en 26 GO
Regeling wet kinderopvang; artikel 10d