Een beroepskracht VE moet voldoen aan de volgende eisen:
Definitie in artikel1.1 lid 1 Wko: beroepskracht voorschoolse educatie: degene die als beroepskracht werkzaam is en belast is met voorschoolse educatie en die voldoet aan de opleidingseisen en scholingseisen, bedoeld in artikel 1.50b, onderdeel a. Dit is uitgewerkt in artikel 4 van het Besluit Kwaliteit basisvoorwaarden voorschoolse educatie. (lid 1,2, 3 en 3a): Basisvoorwaarden voor kwaliteit van beroepskrachten voorschoolse educatie. De Hoofdregel is samengevat:
-
De beroepskracht in de VE moet in het bezit zijn van een diploma van een beroepsopleiding die wordt genoemd in de cao Kinderopvang voor het werken in de dagopvang en peuteropvang, specifiek gericht op pedagogische vaardigheden (of er is sprake van erkenning van een binnen de EU behaalde beroepskwalificatie).
-
Onderdeel van de opleiding is het keuzedeel ontwikkelingsgericht werken in de VE, verweven in de opleiding of daarnaast gevolgd.
-
De beroepskracht voorschoolse educatie beheerst aantoonbaar ten minste niveau 3F.
Op het moment de beroepskracht bijvoorbeeld niet (volledig) voldoet aan de taaleis 3F, voldoet de beroepskracht niet aan alle voorwaarden uit de definitie in de Wko en is daarmee feitelijk geen beroepskracht VE.
De houder voldoet daarmee niet aan de voorwaarden:
-
De beroepskracht voorschoolse educatie beheerst aantoonbaar ten minste niveau 3F op de onderdelen Mondelinge Taalvaardigheid en Lezen.
-
De verhouding tussen het aantal beroepskrachten voorschoolse educatie en het feitelijk aantal aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste één beroepskracht voorschoolse educatie per acht kinderen.
-
Het is van belang om in het inspectierapport goed te beschrijven dat hier sprake is van samenvallende eisen.